
Omgaan met zenuwen vlak voor de wedstrijd
Lezen
In de minuten voor de start kan er veel op je afkomen. Je merkt misschien gespannen schouders, een geklemde kaak, snelle gedachten over de uitslag of de neiging om je tegenstanders en materiaal nog eens te controleren. Dat hoeft niet allemaal weg te zijn voordat je kunt beginnen. Je taak is nu kleiner: merk op wat er gebeurt, volg één korte routine en begin met de eerste vertrouwde handeling. Kies vooraf waar je de routine begint, bijvoorbeeld bij je sporttas, in de kleedruimte of zodra je hoort dat je je klaar moet maken.
Begin met één eenvoudige omschrijving: ‘Dit is spanning omdat het belangrijk voor me is.’ Zeg het in gedachten als er anderen in de buurt zijn. Zet beide voeten stevig neer en voel de druk eronder. Adem daarna vijf keer rustig in en uit. Adem vier tellen in door je neus en zes tellen uit. Houd je ademhaling zacht, in plaats van zo veel mogelijk lucht naar binnen te trekken. Laat je schouders waar ze zijn; probeer ze niet omlaag te dwingen. Je enige taak tijdens deze vijf ademhalingen is tellen en terugkeren naar het tellen wanneer je aandacht afdwaalt.
Als de eerste ademhaling ongemakkelijk voelt of je denkt dat de routine niet werkt, begin dan niet opnieuw en geef jezelf geen cijfer. Ga verder met de volgende ademhaling. Gebruik een korte aanwijzing: ‘Ik ben de tel kwijt. Eerst mijn voeten. Eén rustige ademhaling.’ Als het tellen zelf afleidt, adem dan één keer op je natuurlijke manier en ga verder bij het volgende getal dat je nog weet. Na vijf ademhalingen kan de spanning er nog zijn. Ga toch naar de volgende stap: de routine helpt je aandacht te ordenen en is geen test of je volkomen rustig kunt worden.
Kies nu achtereenvolgens drie concrete signalen. Benoem eerst één geluid zonder oordeel: ‘Schoenen op de vloer’ of ‘Stemmen achter me’. Voel daarna één plek waar je lichaam je materiaal of kleding raakt: een band op je schouder, stof bij je pols of je voet in je schoen. Kies ten slotte één punt dat je kunt zien en richt daar even je aandacht op. Als een zichtbaar punt niet bruikbaar is, kies dan een tweede plek waar je lichamelijk contact voelt. Kies in een drukke of lawaaiige omgeving het signaal dat je het makkelijkst opmerkt, in plaats van het perfecte te zoeken.
Tijdens de oefening kan een gedachte terugkomen over verliezen, een fout maken of een tegenstander ontmoeten. Reageer er één keer op: ‘Ik heb een gedachte over de uitslag.’ Benoem vervolgens waarnaar je terugkeert: ‘Terug naar mijn voeten’ of ‘Terug naar de markering voor me’. Blijft de gedachte terugkomen, maak je antwoord dan korter: ‘Uitslaggedachte. Terug naar hier.’ Kijk of je voor de start nog iets concreets moet doen. Los een echt probleem met je materiaal of timing één keer op. Kun je niets doen, keer dan terug naar het geluid, de plek van contact of het zichtbare punt.
Sluit af met één taakgerichte aanwijzing die je hebt gekozen voordat de spanning piekt. ‘Eerste tien seconden rustig’ of ‘Ritme en ademhaling’ is genoeg. Voeg niet op het laatste moment meerdere instructies toe. Zeg de aanwijzing één keer, ontspan je kaak en maak de eerste vertrouwde beweging van je startroutine. Voelt de aanwijzing ineens niet passend, gebruik dan de eenvoudigste lichamelijke instructie die je al kent, zoals ‘Kijk vooruit’ of ‘Eerste beweging’. Ga na een onderbreking verder met: ‘Voeten, één ademhaling, aanwijzing.’ Je hoeft de hele routine niet te herhalen.
Pas de routine aan je werkelijke omstandigheden aan. Woon je alleen of woont je familie niet in de buurt, schrijf de drie stappen dan voor vertrek op een kaartje of in je telefoon. Je kunt een teamgenoot of trainingsmaatje sturen: ‘Ik raak gespannen voor de start. Als ik “Klaar” app, wil je dan antwoorden met “Voeten, ademhaling, aanwijzing”?’ Werk je in wisseldiensten, koppel de routine dan aan een terugkerende handeling, zoals je sportkleding aantrekken, in plaats van aan een vast tijdstip. Je hoeft er geen materiaal voor te kopen. Heb je geen plek voor jezelf, doe alle stappen dan in stilte. Schrijf je aanwijzing in de taal die onder druk voor jou het duidelijkst is. Om steun te vragen kun je sturen: ‘Ik wil praten over mijn zenuwen voor wedstrijden. Ik spreek het liefst [taal]. Kunnen we in die taal communiceren?’
Betrek een professional in de geestelijke gezondheidszorg wanneer het patroon verder gaat dan één moeilijke start. Voorbeelden zijn herhaaldelijk de warming-up verlaten, wedstrijden vermijden waaraan je wilde meedoen, vertrouwde instructies niet kunnen volgen, slecht slapen rond wedstrijden of spanning die doorwerkt in eten, werk, school of relaties. Zoek ook contact als de reactie van wedstrijd tot wedstrijd sterker wordt of lang na afloop aanhoudt. Schrijf op wat er gebeurde, wanneer het begon, wat je probeerde en wat daarna gebeurde. Je kunt sturen: ‘Voor wedstrijden merk ik [specifieke signalen]. Dat heeft invloed op [onderdeel van het dagelijks leven]. Ik heb de vijf ademhalingen, de aandachtsoefening en één taakgerichte aanwijzing geprobeerd, maar [wat er nog steeds gebeurt]. Wat kan ik nu het beste doen?’







